ECLI:NL:PHR:2012:BV9108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende volmacht en verwerpt noodweerexcesverweer
Verdachte is door het hof veroordeeld wegens zware mishandeling nadat hij op 22 februari 2009 een persoon met een houten steel tegen het hoofd sloeg, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel. Het hof stelde vast dat er geen sprake was van een noodweersituatie, omdat de bedreiging niet aannemelijk was gemaakt. De verklaringen van verdachte en zijn echtgenote werden door het hof niet geloofd vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs.
In cassatie werd betoogd dat het hof ten onrechte het beroep op noodweerexces had verworpen. Tevens was de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de orde, omdat de schriftelijke volmacht van de advocaat aan een griffiemedewerker niet voldeed aan de vereisten van de Hoge Raad.
De procureur-generaal concludeerde dat de volmacht niet duidelijk maakte dat de advocaat bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van cassatie, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Daarnaast oordeelde hij dat het middel over noodweerexces faalt, omdat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en de omstandigheden niet aannemelijk maken dat sprake was van een ogenblikkelijk dreigend gevaar.
De Hoge Raad volgt deze conclusies en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, althans verwerpt het beroep inhoudelijk. De strafrechtelijke veroordeling en het oordeel van het hof blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende volmacht en het verweer van noodweerexces wordt verworpen.