ECLI:NL:PHR:2012:BV9233
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bij diefstal benzine en afwijzing aanhoudingsverzoek
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het Hof Den Haag waarin verdachte wegens meerdere diefstallen en pogingen tot diefstal is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf. Het hof had geen straf opgelegd voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994, waarvoor cassatie niet ontvankelijk is verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het verzoek tot aanhouding van de zaak heeft afgewezen, ondanks het ontbreken van persoonlijke toelichting van verdachte, omdat de raadsman fragmentarische informatie kon geven en de verdachte op de hoogte was van de zitting maar niet verscheen zonder geldige reden. De belangenafweging van het hof wordt als begrijpelijk en voldoende gemotiveerd beschouwd.
Ten aanzien van de bewezenverklaring van diefstal uit een auto merkt de Hoge Raad op dat het hof onterecht feiten heeft aangenomen die niet uit de bewijsmiddelen blijken, maar dat dit onderdeel van ondergeschikt belang is en de bewezenverklaring verbeterd kan worden gelezen. De klacht over het ontbreken van bewijs dat de verdachte goederen daadwerkelijk heeft weggenomen wordt verworpen, omdat het hof terecht oordeelde dat de verdachte feitelijke heerschappij had verkregen.
Het hof verwierp het verweer van vrijwillige terugtred terecht, omdat de verdachte niet terugkwam op zijn plan en het misdrijf niet is voltooid door omstandigheden buiten zijn wil. Wel vernietigt de Hoge Raad het arrest voor een van de diefstallen van benzine wegens onvoldoende motivering omtrent de verklaring dat verdachte geen geld had, omdat het hof niet voldoende heeft aangegeven op welk bewijsmiddel deze verklaring is gebaseerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor dat onderdeel en de strafoplegging, en verwijst de zaak terug voor nieuwe beslissing. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de diefstal van benzine op 2 augustus 2007 en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen; het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.