ECLI:NL:PHR:2012:BW4001
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvermindering en herstelkosten bij gebreken aan gehuurd appartement
De zaak betreft een huurovereenkomst van een woonappartement voor zes maanden tegen een relatief hoge huurprijs. Bij aanvang en kort na het begin van de huur werden gebreken aan het gehuurde geconstateerd. De verhuurder stelde deze gebreken niet tijdig of adequaat vast te hebben hersteld.
De huurder heeft daarop op eigen initiatief herstelkosten gemaakt en een deel van de huur opgeschort. De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur en boetes wegens te late betaling. De huurder stelde zich op het standpunt dat hij de herstelkosten mocht verrekenen met de huur en aanspraak had op huurprijsvermindering.
De Hoge Raad oordeelde dat voor vergoeding van herstelkosten geen formele ingebrekestelling vereist is als de verhuurder in verzuim is, wat in deze korte huurperiode en bij een relatief hoge huurprijs strenger wordt beoordeeld. De nalatigheid en onwelwillende houding van verhuurder rechtvaardigden het handelen van huurder. Ook werd geoordeeld dat opschorting van huur niet strikt aan een een-op-een verhouding hoeft te voldoen, maar ook als prikkel kan dienen om nakoming te bevorderen.
De cassatie werd verworpen, waarmee het oordeel van lagere rechters dat huurder de herstelkosten mocht verhalen en de opschorting gerechtvaardigd was, werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatie en bevestigde dat huurder herstelkosten mocht verhalen zonder formele ingebrekestelling en dat opschorting van huur gerechtvaardigd was.