ECLI:NL:HR:2011:BP6997
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na brand en herstelverplichting verhuurder
In deze zaak draait het om de buitengerechtelijke ontbinding van een huurovereenkomst nadat de gehuurde bedrijfsruimte door brand was verwoest. De huurder had het recht op voortzetting of beëindiging van de huurovereenkomst, waarbij de verhuurder verplicht was het gehuurde zonder vertraging te herstellen. De verhuurder was echter pas na ruim zes maanden met herstelwerkzaamheden begonnen, terwijl de huurder zijn zaak elders voortzette.
De huurder ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk wegens tekortschieten van de verhuurder in zijn herstelverplichting. De Hoge Raad bevestigde dat aan een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring in het algemeen niet de eis kan worden gesteld dat de ontbindingsgronden worden vermeld. Bovendien is het toegestaan om in rechte andere gronden aan te voeren dan in de verklaring genoemd.
Het hof had geoordeeld dat de verhuurder tekort was geschoten door niet met bekwame spoed te herstellen, wat de ontbinding rechtvaardigde. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk of onjuist. Daarnaast oordeelde het hof dat de afnameverplichting uit de koopovereenkomst op redelijke gronden was opgezegd met inachtneming van een redelijke termijn. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst wegens tekortschieten in herstelverplichting.