ECLI:NL:PHR:2012:BW5328
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsplicht Staat tot opvang uitgeprocedeerde asielzoekster en minderjarige kinderen
Deze zaak betreft een kort geding over de zorgplicht van de Staat jegens een uitgeprocedeerde moeder uit Angola en haar minderjarige kinderen. De moeder en haar kinderen verbleven in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) Ter Apel, maar de Staat wilde hen verwijderen omdat zij niet meewerkten aan terugkeer naar Angola.
De moeder vorderde dat de Staat hen niet op straat zou zetten en opvang zou blijven bieden zolang zij onder de rechtsmacht van de Staat vallen. Het hof oordeelde dat de Staat een zorgplicht heeft om te voorkomen dat de kinderen dakloos en zonder elementaire levensbehoeften op straat komen te staan en dat de opvang voortgezet moet worden zolang niet op andere wijze adequaat in hun verzorging wordt voorzien. Daarbij moet ook het verblijf van de moeder worden geaccepteerd zolang de kinderen minderjarig zijn.
De Staat stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigt dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de zorg voor hun kinderen, maar dat de Staat een subsidiaire zorgplicht heeft wanneer ouders tekortschieten. De zorgplicht van de Staat beperkt zich tot het voorkomen van een humanitaire noodsituatie en betekent niet dat de Staat verplicht is het gezinsleven in Nederland te handhaven tegen de wettelijke vertrekplicht van de moeder. Een maatregel van kinderbescherming, zoals plaatsing in een pleeggezin, kan gerechtvaardigd zijn en hoeft niet per se een disproportionele inbreuk op het gezinsleven te zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een ongeschreven regel heeft aangenomen die de wettelijke vertrekplicht van de moeder opzij zet en dat het oordeel over de noodzakelijkheid van scheiding van moeder en kinderen onvoldoende gemotiveerd is. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nieuwe beoordeling, waarbij de zorgplicht van de Staat en de vertrekplicht van de moeder tegen elkaar moeten worden afgewogen.