ECLI:NL:PHR:2012:BW6864
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over Salduz-verweer bij verklaring na aanhouding wegens wapendracht
De verdachte werd op 16 juli 2008 te Venlo aangehouden wegens het bezit van een gestolen bromfiets. Tijdens een veiligheidsfouillering werd hem gevraagd of hij scherpe voorwerpen bij zich had, waarop hij twee messen overhandigde en verklaarde deze bij zich te dragen vanwege zijn dakloosheid en ter zelfverdediging. Het hof oordeelde dat deze verklaring ondanks het ontbreken van advocaattoegang gebruikt mocht worden, omdat het niet ging om een eerste verhoor over het strafbare feit waarvoor hij was aangehouden.
De verdediging stelde dat het hof ten onrechte het Salduz-verweer verwierp en dat de verklaring uitgesloten moest worden. De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie en stelt dat het recht op advocaattoegang niet beperkt is tot het verhoor over het oorspronkelijke aanhoudingsfeit. De vraag van de verbalisant naar het doel van het bij zich dragen van de messen kan niet anders worden gezien dan een verhoor over een strafbaar feit.
De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest, wijzend de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De conclusie benadrukt dat het recht op advocaattoegang ook geldt bij vragen die verband houden met nieuwe verdenkingen die tijdens het opsporingsonderzoek ontstaan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het recht op advocaattoegang.