ECLI:NL:HR:2011:BP0183
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over systematische specialiteit en strafmaat valse bommeldingen en misbruik alarmnummer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor het doen van valse bommeldingen en het misbruik van het alarmnummer 112. Het hof had art. 57 Sr Pro toegepast en de feiten bewezen verklaard dat verdachte meerdere keren telefonisch valse bommeldingen deed en zonder noodzaak het alarmnummer gebruikte.
De Hoge Raad beantwoordt de vraag of art. 142a, tweede lid, Sr als een bijzondere strafbepaling geldt ten opzichte van art. 142, tweede lid, Sr. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet het geval is omdat art. 142a.2 Sr niet alle bestanddelen van art. 142.2 Sr bevat en de wetsgeschiedenis geen aanwijzingen geeft voor systematische specialiteit. De strafbepalingen hebben verschillende doelstellingen: art. 142a.2 Sr richt zich op valse bommeldingen, art. 142.2 Sr op misbruik van alarmnummers.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht art. 57 Sr Pro toepaste in plaats van art. 55.1 Sr. De Hoge Raad vernietigt het arrest alleen voor wat betreft de strafduur en vermindert de gevangenisstraf tot negentien maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak verduidelijkt de verhouding tussen de strafbepalingen inzake valse bommeldingen en misbruik van alarmnummers en benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafzaken.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negentien maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.