ECLI:NL:PHR:2012:BW7009
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging arbeidsovereenkomst directeur-grootaandeelhouder bij faillissement
De zaak betreft de vraag of de arbeidsovereenkomst van een directeur-grootaandeelhouder (dga) van een failliete vennootschap automatisch eindigt bij faillietverklaring of dat deze overeenkomst door de curator moet worden opgezegd volgens art. 40 Faillissementswet Pro (Fw).
De feiten zijn dat eiser, als enig aandeelhouder en bestuurder van een holding, tevens directeur/commercieel buitendienstmedewerker was bij de failliete vennootschap [A] B.V. Na faillietverklaring vroeg de curator de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Eiser vorderde loonbetaling en vergoeding van de leaseauto, wat door de rechter werd afgewezen. Het hof bevestigde dit oordeel met de overweging dat de arbeidsovereenkomst vanaf het moment van faillissementsaanvraag niet meer bestond vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding en het feit dat eiser zelf het faillissement had aangevraagd.
De Hoge Raad oordeelt dat het faillissement niet ipso iure het einde van de arbeidsovereenkomst betekent en dat de curator de arbeidsovereenkomst moet opzeggen met inachtneming van de wettelijke termijnen. De Hoge Raad benadrukt dat de arbeidsovereenkomst van een dga in beginsel niet anders is dan die van een gewone werknemer en dat art. 40 Fw Pro ook op dga's van toepassing is. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling; de arbeidsovereenkomst van de dga eindigt niet automatisch bij faillissement.