ECLI:NL:PHR:2012:BW7743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep vrijwillige terugtred bij mislukte uitlokking
In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van vrijwillige terugtred van een verdachte die medeplichtig was aan een poging tot uitlokking van afpersing en andere strafbare feiten. De verdachte had een politie-infiltrant benaderd met plannen voor afpersing, het verschaffen van inlichtingen over doelwitten en het regelen van wapens. De infiltrant bleek echter van meet af aan ongevoelig voor het plan en de verdachte beëindigde de contacten toen de infiltrant om betaling vroeg.
De verdediging voerde aan dat de verdachte vrijwillig was teruggetreden door het afblazen van de plannen voordat het misdrijf werd uitgevoerd. De rechtbank en het hof verwierpen dit verweer, stellende dat de terugtred niet vrijwillig was maar het gevolg van omstandigheden buiten de wil van de verdachte, namelijk de eisen van de infiltrant.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en benadrukt dat bij mislukte uitlokking, waarbij de beoogde pleger van meet af aan ongevoelig is, geen beroep op vrijwillige terugtred kan slagen. Ook is vereist dat de terugtred daadwerkelijk vrijwillig is en niet voortkomt uit externe omstandigheden. Het cassatieberoep faalt daarom en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens medeplichtigheid aan poging tot uitlokking blijft in stand.