ECLI:NL:PHR:2012:BW7953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Salduz-verweer bij vrijwillig verhoor jeugdige verdachte brandstichting
In deze zaak gaat het om een dertienjarige verdachte die vrijwillig, in het bijzijn van zijn moeder als vertrouwenspersoon, naar het politiebureau is gegaan voor een verhoor over brandstichting met geducht levensgevaar. De verdediging voerde aan dat het Salduz-recht op voorafgaande consultatie van een advocaat en bijstand tijdens het verhoor niet was nageleefd, waardoor de verklaring van verdachte uitgesloten zou moeten worden.
Het hof oordeelde dat de Salduz-jurisprudentie, die het recht op consultatie en bijstand beschermt, in beginsel alleen geldt voor aangehouden verdachten. Omdat verdachte niet was aangehouden en vrijwillig kwam, en vooraf was gewezen op zijn zwijgrecht, was er geen sprake van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting leidt. Ook het hof vond dat de aanwezigheid van de moeder als vertrouwenspersoon de kwetsbaarheid van de jeugdige verdachte compenseerde.
Daarnaast verwierp het hof het verweer dat de verklaring van verdachte ter terechtzitting niet mocht worden gebruikt, omdat het stellen van vragen door de rechter niet onrechtmatig was en de raadsman geen bezwaar maakte. Het hof stelde ook vast dat verdachte het voorwaardelijke opzet had aanvaard door het brandende vuurwerk door de brievenbus te gooien, ondanks dat hij na het ontdekken van de brand hulp inschakelde.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt dat het Salduz-recht niet zonder meer geldt voor niet-aangehouden verdachten, ook niet voor jeugdigen, mits zij vrijwillig en in het bijzijn van een vertrouwenspersoon verschijnen. Het hof heeft de omstandigheden voldoende gemotiveerd en geen onjuiste rechtsopvatting gehuldigd. Het beroep van verdachte wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof oordeelde terecht dat het Salduz-recht niet van toepassing was bij vrijwillig verhoor van de jeugdige verdachte.