ECLI:NL:PHR:2012:BW9184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot opnieuw horen getuige in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet. Tijdens het hoger beroep heeft de raadsman van verdachte herhaaldelijk verzocht om een getuige, die in eerste aanleg door de rechter-commissaris was gehoord, opnieuw te horen. Dit verzoek werd door het hof telkens afgewezen.
De Hoge Raad beoordeelt het verzoek aan de hand van het noodzaakcriterium, omdat de dagvaarding in hoger beroep na 1 januari 2005 is uitgebracht en de eerste aanleg uitspraak vóór die datum is gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het minder strenge verdedigingscriterium hanteerde, maar dat dit geen nadeel voor verdachte oplevert.
De motivering van het hof voor afwijzing van het verzoek is dat de getuige reeds in eerste aanleg is gehoord in aanwezigheid van de toenmalige advocaat van verdachte en dat er geen nieuwe omstandigheden zijn aangevoerd die het opnieuw horen noodzakelijk maken. De Hoge Raad acht deze motivering voldoende en ziet geen aanleiding tot vernietiging van het arrest. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek om de getuige opnieuw te horen wordt afgewezen.