ECLI:NL:PHR:2012:BW9195
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer en bewijsuitsluiting in hennepteeltzaak
In deze cassatieprocedure betoogt verdachte dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden vanwege ernstige vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, waaronder het niet aanhouden en inverzekeringstellen van mogelijke medeverdachten en het nalaten van DNA- en schriftvergelijkend onderzoek. Tevens wordt bewijsuitsluiting gevorderd wegens grove veronachtzaming van verdachtes belangen.
De Hoge Raad overweegt dat art. 359a Sv slechts ziet op onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek en dat bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde komt. Het hof heeft het verweer van verdachte gemotiveerd verworpen, stellende dat het onderzoek zorgvuldig en voldoende diepgaand was uitgevoerd en dat de vermeende vormverzuimen niet aannemelijk zijn.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het fictieve huurcontract niet als bewijs is gebruikt voor de bewezenverklaring, maar slechts ter beoordeling van de geloofwaardigheid van verdachtes lezing. De bewezenverklaring berust op andere bewijsmiddelen, waaronder waarnemingen van verbalisanten en technisch onderzoek.
De Hoge Raad concludeert dat de middelen falen en dat geen reden bestaat tot vernietiging van het arrest. Daarmee blijft de veroordeling van verdachte wegens hennepteelt en diefstal van elektriciteit in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens hennepteelt en diefstal van elektriciteit blijft in stand.