ECLI:NL:PHR:2012:BW9225
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggeleiding kinderen onder Haags Kinderontvoeringsverdrag na vernietiging rechterlijke toestemming verhuizing
Deze zaak betreft een geschil over de teruggeleiding van twee kinderen die door de moeder met aanvankelijke rechterlijke toestemming naar Spanje zijn verhuisd. De rechtbank verleende vervangende toestemming voor verhuizing, maar deze werd later door het hof vernietigd. Desondanks nam de vader de kinderen mee naar Nederland, waarna de moeder hen weer naar Spanje bracht.
De Centrale Autoriteit verzocht op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) om teruggeleiding van de kinderen naar Nederland. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank, maar beval inhoudelijk teruggeleiding naar Spanje omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen inmiddels in Spanje was. De vader stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overwoog dat de aanvankelijke verhuizing met rechterlijke toestemming niet als ongeoorloofd mag worden aangemerkt, ook niet nadat die toestemming later werd vernietigd. Het HKOV beoogt bescherming tegen onrechtmatige overbrenging die het gezag frustreert, maar niet tegen verhuizingen die met voorlopige toestemming zijn uitgevoerd. De klachten van de vader werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de teruggeleiding van de kinderen naar Spanje rechtmatig is volgens het HKOV.