ECLI:NL:PHR:2012:BW9239
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid wegens onrechtmatig effectenbemiddelen zonder vergunning en zorgplichtschending
In deze zaak staat centraal of verweerder onrechtmatig heeft gehandeld jegens eisers door zonder vergunning op te treden als effectenbemiddelaar en effecten aan te bieden buiten een besloten kring, in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte). Eisers hadden geldleningen verstrekt aan betrokkene 1, gebaseerd op beleggingsproposities die verweerder via brochures en seminars had gepromoot.
De rechtbank oordeelde dat verweerder als effectenbemiddelaar had gefungeerd zonder vergunning en onrechtmatig had gehandeld jegens eisers. Het hof kwam echter tot een beperkter oordeel, waarbij alleen de overtreding van artikel 3 lid 1 Wte Pro werd aangenomen en slechts jegens twee eisers aansprakelijkheid werd toegekend. Het hof matigde de schadevergoeding met 45% wegens eigen schuld van eisers en betrok de huwelijksgemeenschap bij de schadeberekening.
In cassatie wordt het oordeel van het hof dat geen sprake was van schending van artikel 7 lid 1 Wte Pro betwist. De conclusie is dat het hof een te beperkte uitleg van het begrip effectenbemiddelaar heeft gegeven en essentiële omstandigheden onvoldoende heeft meegewogen. Tevens is geoordeeld dat persoonlijke contacten niet noodzakelijk zijn voor aansprakelijkheid jegens beleggers. De Hoge Raad bevestigt dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door effecten buiten een besloten kring aan te bieden zonder vergunning en dat hij aansprakelijk is voor de schade van eisers, met een gedeeltelijke vermindering wegens eigen schuld.
Uitkomst: Verweerder is aansprakelijk voor schade wegens onrechtmatig effectenbemiddelen zonder vergunning, met gedeeltelijke vermindering wegens eigen schuld van eisers.