ECLI:NL:PHR:2012:BX1508
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij afpersing
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een veroordeelde die werd beschuldigd van afpersing in vereniging in een videotheek te Almere in november 2003. De veroordeling was mede gebaseerd op een geuridentificatieproef die een positief resultaat gaf voor de verdachte.
Later bleek uit intern onderzoek dat in de periode 1997-2006 geuridentificatieproeven van de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland regelmatig niet volgens protocol werden uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van deze proeven in twijfel werd getrokken. De verdachte stelde dat de veroordeling niet had mogen plaatsvinden als de rechter hiervan op de hoogte was geweest.
De Hoge Raad overwoog dat ondanks de onregelmatigheden bij de geurproef, het dossier voldoende andere bewijsmiddelen bevatte, zoals herkenningen door slachtoffers, afwijkende verklaringen van verdachte over zijn verblijfplaats en herkenning van een foto van zijn buik en navel. Hierdoor zou de rechtbank ook zonder de geurproef tot een bewezenverklaring zijn gekomen.
De Hoge Raad concludeert dat het herzieningsverzoek ongegrond is en de veroordeling blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de veroordeling blijft gehandhaafd.