ECLI:NL:PHR:2012:BX6732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek en toepassing art. 588a Sv
In deze zaak ging het om de vraag of het hof ten onrechte het verzoek tot schorsing van het onderzoek wegens niet-naleving van art. 588a Sv had afgewezen en of het verzoek tot aanhouding van de zaak vanwege afwezigheid van verdachte terecht was afgewezen.
De Hoge Raad overwoog dat de raadsman niet gemachtigd was de verdediging te voeren en daarom geen beroep kon doen op niet-naleving van art. 588a Sv. Het hof had het verzoek tot schorsing van het onderzoek terecht afgewezen omdat het versturen van de dagvaarding aan het laatst bekende GBA-adres van de verdachte voldeed aan de verzendplicht. Het opgegeven adres in de appelakte was een achterhaald GBA-adres en werd niet als gekozen domicilie aangemerkt.
Echter oordeelde de Hoge Raad dat het hof de afwijzing van het verzoek tot aanhouding onvoldoende had gemotiveerd. Het hof had geen belangenafweging gemaakt tussen het aanwezigheidsrecht van de verdachte, het belang van een spoedige berechting en de organisatie van de rechtspleging. Daarom werd het arrest vernietigd en werd verwezen naar een nieuwe beslissing door het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek; het hof moet opnieuw beslissen.