ECLI:NL:HR:2008:BD2446
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid betekening appeldagvaarding in strafzaak poging tot diefstal
In deze strafzaak werd de verdachte door het hof veroordeeld voor poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, waarbij hij zich toegang had verschaft door middel van braak. De verdachte stelde in cassatie bezwaar tegen de wijze van betekening van de appeldagvaarding.
De Hoge Raad overwoog dat het proces-verbaal van de terechtzitting niets bevatte waaruit bleek dat de niet gemachtigde raadsman de gelegenheid had gekregen om te klagen over de betekening. Daarom was het mogelijk om in cassatie alsnog over de betekening te klagen. De appeldagvaarding was na vergeefse aanbieding op het GBA-adres van de verdachte aan de griffier uitgereikt en als gewone brief naar dat adres verzonden.
Het hof had geoordeeld dat de betekening rechtsgeldig was, en de Hoge Raad vond dit oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk. Het cassatiemiddel faalde, en het beroep werd verworpen. De strafrechtelijke veroordeling en de opgelegde verbeurdverklaring bleven daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf blijft in stand.