ECLI:NL:PHR:2012:BX7466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late betaling griffierecht
In deze zaak betrof het een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van art. 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. Het griffierecht voor het cassatieberoep werd niet tijdig betaald; de betaling vond plaats na de wettelijke termijn van vier weken. De Hoge Raad bood verzoeker de gelegenheid zich uit te laten over de te late betaling, waarop de advocaat van verzoeker verklaarde dat de nota kennelijk was zoekgeraakt en het griffierecht alsnog werd voldaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de hardheidsclausule niet van toepassing was omdat advocaten geacht worden deskundig te zijn en op de hoogte van de termijn en de gevolgen van overschrijding. De te late betaling kon niet worden gesanctioneerd door alsnog te betalen. Verder werden geen omstandigheden aangevoerd die de overschrijding rechtvaardigden.
Daarnaast merkte de Hoge Raad op dat het cassatieberoep inhoudelijk kansloos zou zijn geweest vanwege het naturalisatiebesluit uit 1995 dat geen rechtsgevolg heeft indien valse persoonsgegevens zijn gebruikt. De rechtbank had terecht geoordeeld dat verzoeker onvoldoende identificeerbaar was. De conclusie was dat verzoeker niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens te late betaling van het griffierecht.