ECLI:NL:HR:2012:BU5603
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatie wegens niet tijdig betalen griffierecht ondanks verzoek hardheidsclausule
In deze zaak heeft de man cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. Het centrale geschilpunt betrof de niet tijdige betaling van het griffierecht na indiening van het verzoekschrift bij de Hoge Raad.
De man had het griffierecht niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken voldaan. Hij voerde aan dat zijn advocaat geen tijdige nota, herinnering of aanmaning had ontvangen, waardoor hij niet tijdig kon betalen. De man verzocht daarom toepassing van de hardheidsclausule op grond van artikel 282a lid 4 Rv.
De Hoge Raad overwoog dat advocaten geacht worden op de hoogte te zijn van de termijn en de gevolgen van niet tijdige betaling. Het ontbreken van tijdige ontvangst van de nota of herinnering betekent niet automatisch dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat de advocaat actie had kunnen en moeten ondernemen om de benodigde gegevens te verkrijgen.
De Hoge Raad stelde vast dat geen sprake was van verwarring wekkende informatie van de gerechtelijke administratie die de termijnoverschrijding rechtvaardigde. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de hardheidsclausule niet toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en wijst het cassatieberoep af.