ECLI:NL:PHR:2012:BX9580
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs opzet aanwezigheid cocaïne en terugwijzing zaak
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, en deelname aan een criminele organisatie. De veroordeling omvatte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat de vorderingen tot doorzoeking ontbraken in het dossier, waardoor de rechtmatigheid van de doorzoekingen niet kon worden getoetst. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel schriftelijke vorderingen ontbraken, uit andere stukken zoals e-mails en processen-verbaal voldoende bleek dat de officier van justitie de doorzoekingen had gevorderd. Dit vormde geen reden voor uitsluiting van bewijs.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het opzet van verdachte op de aanwezigheid van cocaïne niet voldoende had bewezen. De enkele vaststelling dat verdachte samenwoonde met medeverdachte waar de cocaïne werd gevonden, was onvoldoende om opzet aan te nemen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring van feit 2 en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling.
De overige middelen van cassatie werden verworpen. De redelijke termijn werd niet geschonden omdat het cassatieberoep binnen twee jaar was ingesteld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel opzet aanwezigheid cocaïne en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.