ECLI:NL:HR:2003:AF4131
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt nietigverklaring dagvaarding schending medisch beroepsgeheim
In deze strafzaak is aan de verdachte, een zenuwarts, ten laste gelegd dat hij opzettelijk het medisch beroepsgeheim heeft geschonden door vertrouwelijke medische informatie over een patiënt te vermelden in correspondentie met derden.
Het hof verklaarde de inleidende dagvaarding nietig omdat de tenlastelegging onvoldoende specifiek was, met name door de vage aanduiding "correspondentie met derden". Hierdoor kon niet worden vastgesteld welke passages als schending van het beroepsgeheim moesten worden beschouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de dagvaarding nietig heeft verklaard. Volgens de Hoge Raad is het aan de rechter om te beoordelen of de verdachte in het kader van klachtprocedures gerechtvaardigd was bepaalde medische informatie te verstrekken. Dit is een verweer dat de verdachte kan aanvoeren, maar dat niet tot nietigheid van de dagvaarding leidt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken.
De uitspraak verduidelijkt dat het opzettelijk verstrekken van medische informatie in klachtprocedures nog steeds een schending van het beroepsgeheim kan opleveren, tenzij de verdachte dit met een rechtvaardigingsgrond kan onderbouwen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.