ECLI:NL:PHR:2012:BY0196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering opgelegde betalingsverplichting wegens overschrijding redelijke termijn bij profijtontneming hennepteelt
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin aan betrokkene een betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €229.200 is opgelegd wegens medeplegen van hennepteelt en handel in hennep. Betrokkene stelde onder meer dat extra elektriciteitskosten die samenhangen met illegaal aftappen van stroom ten onrechte niet in mindering waren gebracht op het voordeel.
Het hof achtte alleen de aanvankelijk bespaarde elektriciteitskosten direct gerelateerd aan de hennepteelt aftrekbaar, terwijl de extra kosten voor illegaal aftappen en herstel te ver verwijderd zouden zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit terecht en begrijpelijk heeft geoordeeld, mede omdat betrokkene ter terechtzitting geen gemotiveerd verweer heeft gevoerd over deze kostenpost.
Daarnaast constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie van bijna zeven maanden, waardoor de betalingsverplichting in het voordeel van betrokkene verminderd moet worden. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat de hoogte van het ontnemingsbedrag betreft en zal dit naar de gebruikelijke maatstaf verminderen. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt aftrek elektriciteitskosten direct gerelateerd aan hennepteelt.