ECLI:NL:PHR:2012:BY0662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens ernstig verwijtbare vermogensonttrekking en niet tijdig voorziening in jaarrekening
Artesia vordert betaling van schade van [eiser], indirect bestuurder van [A], wegens onrechtmatig handelen door het bewerkstelligen of toelaten van vermogensonttrekkingen die leidden tot onvoldoende middelen voor betaling van een vordering van €1.400.000. Het hof oordeelde dat [eiser] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt omdat hij wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de financiële handelwijze van [A] zou resulteren in niet-nakoming van verplichtingen jegens Artesia.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW Pro, waarbij het criterium van een ernstig verwijt geldt. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de dividenduitkeringen, aflossing van intercompany-vorderingen en het niet tijdig opnemen van een voorziening in de jaarrekening samen leiden tot een ernstig verwijt.
Ook het beroep op verjaring faalt omdat de rechtsvordering niet is gewijzigd, ondanks een nadere invulling van de onrechtmatigheid in hoger beroep. De veroordeling tot betaling is gekoppeld aan de uitkomst van de procedure tegen [A], met een maximum van het gevorderde bedrag. De Hoge Raad verwerpt de cassatie en bevestigt de aansprakelijkheid van [eiser].
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de schade door onverplichte vermogensonttrekkingen en niet tijdig opnemen van een voorziening.