ECLI:NL:PHR:2012:BY9084
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsvordering verhuurder na overlijden huurder zonder bekende erfgenamen
De Stichting Ymere verhuurde een woning aan een huurder die zonder huisgenoten en zonder bekende erfgenamen overleed. Na het overlijden wilde Ymere de woning ontruimen, maar kon de erfgenamen niet bereiken. De dagvaarding werd betekend aan de gezamenlijke erfgenamen zonder naamvermelding aan de laatste woonplaats, met een advertentie in een dagblad. De kantonrechter verklaarde deze betekening nietig, maar het hof oordeelde dat Ymere een legitiem belang had en dat de betekening rechtsgeldig was.
De Hoge Raad overweegt dat de wetgever in 1985 bewust heeft gekozen voor een regeling die betekening aan onbekende erfgenamen aan de laatste woonplaats zonder naamvermelding uitsluit, om de belangen van onbekende erfgenamen te beschermen. De mogelijkheid om een vereffenaar aan te stellen volgens art. 4:204 BW Pro blijft beschikbaar, hoewel deze procedure tijdrovend is.
De Hoge Raad concludeert dat de door het hof aanvaarde wijze van betekening niet in overeenstemming is met het geldende recht en dat de dagvaarding nietig is. Er kan geen verstek worden verleend tegen de niet verschenen erfgenamen. De zaak benadrukt de botsing tussen de belangen van verhuurders en onbekende erfgenamen en bevestigt de noodzaak van zorgvuldige waarborgen bij betekening aan onbekenden.
Uitkomst: De dagvaarding aan onbekende erfgenamen zonder naamvermelding aan de laatste woonplaats is nietig verklaard.