ECLI:NL:HR:2007:BA2499
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Nietigheid appeldagvaarding en verzet in hoger beroep bij onjuiste adressering
In deze civiele procedure vorderde verweerster betaling van een bedrag wegens advieswerkzaamheden, terwijl eiser in reconventie schadevergoeding wegens wanprestatie eiste. De kantonrechter wees de vordering van verweerster af en kende de vordering van eiser toe. Verweerster stelde hoger beroep in, waarbij eiser verstek kreeg. Het hof vernietigde het vonnis en veroordeelde eiser tot betaling.
Eiser kwam in verzet tegen het arrest van het hof en stelde dat de appeldagvaarding nietig was vanwege een onjuiste vermelding van zijn woonplaats, waardoor hij niet tijdig was betrokken. Het hof verwierp dit beroep op nietigheid omdat eiser niet onredelijk in zijn belangen was geschaad, ondanks dat de dagvaarding hem niet had bereikt.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg van artikel 121 lid 3 en Pro artikel 122 lid 1 Rv Pro en oordeelde dat de nietigheid van de appeldagvaarding niet zonder meer uitgesproken hoeft te worden als de verweerder in hoger beroep verschijnt en niet onredelijk in zijn belangen is geschaad. Het beroep van eiser werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de nietigheid van de appeldagvaarding wordt niet uitgesproken omdat eiser niet onredelijk in zijn belangen is geschaad.