ECLI:NL:PHR:2012:BZ0004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verschoningsrecht advocaat en inbeslagname digitale gegevensdragers in strafonderzoek accountant
In deze zaak betreft het een strafrechtelijk onderzoek naar oplichting door een firma waarbij een accountant betrokken was. Tijdens een doorzoeking op het kantoor van de accountant werden digitale gegevensdragers in beslag genomen, waaronder harde schijven en e-mailbestanden van medewerkers. De accountant stelde dat onder deze gegevens ook documenten vielen die onder het verschoningsrecht van haar advocaat vielen.
De rechtbank had geoordeeld dat de inbeslagneming rechtmatig was en dat de waarborgen rondom de inbeslagname voldoende waren, zonder expliciet in te gaan op het verweer dat specifieke geheimhoudersstukken waren meegenomen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank dit verweer had moeten behandelen en dat het verschoningsrecht ook geldt voor elektronische documenten, ongeacht of deze zich bij de advocaat of diens cliënt bevinden.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat indien de advocaat zich beroept op het verschoningsrecht, dit standpunt gerespecteerd moet worden tenzij redelijkerwijs vaststaat dat het onjuist is. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling van het beklag, waarbij het verschoningsrecht adequaat moet worden betrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof vanwege onvoldoende motivering omtrent het verschoningsrecht van de advocaat.