Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
De voorzitterdeelt mondeling mede de korte inhoud van het procesdossier.
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens het voorhanden hebben van een revolver en munitie in strijd met artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de kwalificatie van het bezit van munitie ten onrechte als meermalen gepleegd heeft gekwalificeerd, terwijl het slechts één feit betreft. Deze kwalificatie wordt ambtshalve verbeterd, wat leidt tot een lagere strafmaximum, maar de opgelegde straf blijft onder dit maximum. Verder wordt geoordeeld dat het hof de grondslag van de tenlastelegging niet heeft verlaten en dat het proces-verbaal van aanhouding geacht wordt te zijn medegedeeld, zodat het verweer van onrechtmatigheid van de aanhouding faalt.
De Hoge Raad constateert tevens dat de redelijke termijn in cassatie wordt overschreden, wat leidt tot strafvermindering volgens de gebruikelijke maatstaf. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen en de bestreden uitspraak wordt vernietigd voor zover het de kwalificatie en strafoplegging betreft.
Uitkomst: De straf wordt verminderd en de kwalificatie verbeterd, met behoud van de veroordeling voor het bezit van een vuurwapen en munitie.