ECLI:NL:HR:2011:BP6439

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02683
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WWMArt. 13 WWMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verbetert kwalificatie in zaak Wet wapens en munitie

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 24 mei 2011 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De zaak betrof overtredingen van de Wet wapens en munitie (WWM), waarbij de kwalificatie van de bewezenverklaarde feiten door het hof ter discussie stond.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de kwalificatie van de feiten onder 2 en 3. De kwalificatie werd verbeterd: het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, WWM werd toegespitst op een vuurwapen van categorie III en meermalen gepleegd, en het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, WWM werd eveneens gecorrigeerd. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.

De motivering van de verbeteringen volgde de conclusies van de Advocaat-Generaal Knigge. De overige middelen van cassatie werden niet ontvankelijk verklaard of niet-ontvankelijk geacht, zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de juiste toepassing van de WWM en de juiste strafrechtelijke kwalificatie, waarmee de rechtsontwikkeling werd gewaarborgd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt en verbetert de kwalificatie van feiten in strijd met de Wet wapens en munitie en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Uitspraak

24 mei 2011
Strafkamer
nr. 09/02683
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 juni 2009, nummer 20/004001-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de kwalificatie van de feiten 2 en 3, tot verbetering daarvan door de Hoge Raad en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste, het tweede en het vijfde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het derde middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof het bewezenverklaarde onder 2, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als "handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd", aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in art. 26, eerste lid, WWM vervatte verbod oplevert.
3.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 20 tot en met 23 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de kwalificatie verbeteren.
4. Beoordeling van het vierde middel
4.1. Het middel klaagt dat het Hof het bewezenverklaarde onder 3 ten onrechte heeft gekwalificeerd als "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd".
4.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 26 tot en met 28 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de kwalificatie verbeteren.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde;
kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde als 'handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd' en 'handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie';
kwalificeert het onder 3 bewezenverklaarde als 'handelen in strijd met art. 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie';
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 24 mei 2011.