Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen en 21 scherpe patronen in strijd met de Wet wapens en munitie (WWM). Het hof kwalificeerde het bezit van de munitie als meermalen gepleegd, wat de verdachte betwistte in cassatie. De Hoge Raad oordeelde dat het bewezenverklaarde slechts één overtreding oplevert en vernietigde daarom de kwalificatie van het hof.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie maanden. De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat deze niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad verbeterde de kwalificatie tot handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, WWM, en paste de straf dienovereenkomstig aan. Hiermee werd het arrest van het hof gedeeltelijk vernietigd en zelf afgedaan, waarbij het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de kwalificatie van meervoudige overtreding en vermindert de gevangenisstraf tot twee maanden en drie weken.