ECLI:NL:PHR:2013:1157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken raadsman in zaak met voorlopige hechtenis
De zaak betreft een verdachte die in eerste aanleg werd veroordeeld wegens belaging en tegen wie hoger beroep was ingesteld. De verdachte had in eerste aanleg afstand gedaan van rechtsbijstand en zelf zijn verdediging gevoerd. In hoger beroep werd een raadsman toegevoegd, maar deze had zich reeds in eerste aanleg teruggetrokken en trad ook in hoger beroep niet op. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van schriftelijke of mondelinge grieven en het niet verschijnen van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof tekort is geschoten in zijn verplichting op grond van art. 41 Sv Pro om een raadsman toe te voegen aan een verdachte die voorlopige hechtenis heeft ondergaan. De mededeling van de raadsman dat hij niet langer optreedt, beëindigt de toevoeging niet. Het hof had moeten zorgen voor een nieuwe raadsman voordat het tot niet-ontvankelijkheid kon besluiten.
Omdat het hof deze essentiële waarborg niet in acht heeft genomen, leidt dit tot nietigheid van het onderzoek in hoger beroep en het arrest. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling. De Hoge Raad benadrukt het belang van rechtsbijstand in zaken met voorlopige hechtenis en dat afstand van rechtsbijstand ondubbelzinnig, desbewust en vrijwillig moet zijn.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een toegevoegde raadsman, en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.