Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten
'all moveable assets'. Blijkens de akte dient dit begrip aldus te worden.uitgelegd dat daaronder aluinaarde en alle aluminium voorraad en aluminium metaal voorraad vallen, waaronder eindproducten, halffabricaten en vloeibaar aluminium in de ovens.
'Pledged goods', het pandrecht op de goederen, hebben zij verklaard dat zij het pandrecht Van Glencore erkennen zoals omschreven in de akte van pandrecht. Zij erkennen niet het pandrecht op het aluminium, geproduceerd na datum faillissement. Met betrekking tot het aluminium in de smeltovens zijn de curatoren met Glencore overeengekomen dat Glencore als pandhouder het aluminium verwijdert en dat de opbrengst in depot wordt gehouden in verband met een mogelijk geschil met de hypotheekhouders ZSP en/of Nationale Borg. Aan de zijde van de curatoren is deze overeenkomst onderworpen aan instemming van de hypotheekhouders.
3.Het verzoek van Nationale Borg
4.De beslissing van de rechter-commissaris
5.De beslissing van de rechtbank
in ending an ongoing discussion on the seperate points listed herunder’een aantal afspraken hebben gemaakt, Ook NB gaat ervan uit dat deze overeenkomst een vaststellingsovereenkomst is. Dat betekent dat de curatoren, naar zij terecht stellen, niet meer op de erkenning van het pandrecht terug kunnen komen, ook niet wanneer na nader onderzoek zou blijken dat de curatoren het pandrecht van Glencore ten onrechte hebben erkend. De curatoren hebben immers aan de discussie of aan Glencore een rechtsgeldig pandrecht is verleend met deze overeenkomst een einde gemaakt. Overigens ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid, van het verweer van de curatoren, dat er sprake is geweest van een goed beheer van de boedel door op 23 december 2011 een regeling met Glencore te treffen, die onder meer inhield dat het pandrecht van Glencore zou worden erkend.”
6.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
7.De beoordeling van het principaal cassatiemiddel
8.Beoordeling van het voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel
pledged goodshebben erkend.