Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
3.Het geding in cassatie
4.Regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
BNB:
Jokelahadden de erfgenamen van meneer Jokela een aantal onroerende zaken verkregen. Een deel daarvan was door de overheid onteigend, maar werd geacht nog steeds deel uit te maken van de erfenis. De marktwaarde van het onteigende land werd voor de erfbelasting vier keer zo hoog vastgesteld als vlak daarvoor in de onteigeningsprocedure. Ten aanzien van de vraag of de aantasting van het eigendomsrecht door de erfbelasting geoorloofd is, heeft het EHRM overwogen: [24]
EHRC:
Capital Bank ADheeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) overwogen: [25]
FED:
5.Beschouwing
formelevaststelling van de uit de wet voortvloeiende belastingschuld enerzijds en bepalingen die betrekking hebben op de hoogte van de
materiëlebelastingschuld anderzijds. [49] De Fierensmarge valt in eerstgenoemde categorie, omdat die bepaling procedureel van aard is; de maatstaf voor de vast te stellen WOZ-waarde blijft dezelfde.
op grond van de toepasselijke wettelijke regelingis wel degelijk mogelijk.