ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbindendheid waardering woning erfbelasting volgens artikel 21 lid 5 Successiewet 1956
Eiseres kreeg een aanslag erfbelasting opgelegd waarbij de waarde van een woning werd vastgesteld op basis van de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2009, terwijl zij de waarde had opgegeven volgens de WOZ-waarde van 1 januari 2010. Zij stelde dat artikel 21, vijfde lid, van de Successiewet 1956 (Sw) onrechtmatig is omdat het geen effectieve betwisting van de WOZ-waarde mogelijk maakt en in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat het forfaitaire karakter van de waardering volgens artikel 21, vijfde lid, Sw niet in strijd is met het EVRM en dat belastinggeschillen niet onder artikel 6 EVRM Pro vallen. Ook is de wetgever niet buiten zijn beoordelingsmarge getreden, ondanks de ruwheid van de regeling. Hoewel eiseres door de waardering € 21.000 meer belasting moet betalen, is dit geen individuele buitensporige last in verhouding tot de totale waarde.
Verder oordeelde de rechtbank dat de mogelijkheid om vanaf 2012 de WOZ-waarde van het jaar van verkrijging te gebruiken niet met terugwerkende kracht geldt. Ook de overige aangevoerde gronden, waaronder strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en redelijkheid en billijkheid, werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de waardering van de woning voor erfbelasting wordt ongegrond verklaard.