Conclusie
CNV Vakmensen,voorheen De Nederlandse Christelijke Bond van Werknemers in de Hout- en Bouwnijverheid
De Nederlandse Bond voor de Bouw- en de Houtnijverheid
Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland Vebidak
een strikte uitleg’ van dit artikel de dakdekker jegens zijn werkgever geen aanspraak kon maken op een reiskostenvergoeding [3] . De kantonrechter achtte het echter, gezien de omstandigheden van dat specifieke geval, redelijk en billijk dat [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] een bedrag van ƒ 2.500,= aan vergoeding voor woon-werkverkeer betaalde [4] .
reisuren’in de zin van die cao-bepaling moet worden verstaan ‘
de tijd die het zogenaamde ‘woon-werkverkeer’ in beslag neemt. [6] ’ Gelet op de – door de rechtbank aangenomen – ‘
verplichting voor de werknemers op een bepaald tijdstip op de vestiging te Leerdam te verzamelen [7] ’ heeft de rechtbank vervolgens geoordeeld ‘
dat de arbeidstijd van de betreffende werknemers aanvangt op het tijdstip waarop zij bij Ballast Nedam in Leerdam aanwezig moeten zijn, nog los van de vraag of zij daar nog werkzaamheden moeten verrichten. Vanaf dat tijdstip dienen zij zich beschikbaar te houden voor de werkgever. De vestiging van Ballast Nedam te Leerdam moet derhalve worden beschouwd als ‘het werk’ als bedoeld in artikel 23, eerste lid van de CAO, ook al worden de werkzaamheden (grotendeels) op een andere plaats verricht. Hieruit volgt dat de tijd waarin de werknemers zich vervolgens per bedrijfsauto verplaatsen naar de werkplek ook als arbeidstijd moet worden aangemerkt en uitbetaald. [8] ’
‘Onder reisuren worden verstaan de uren gedurende welke gereisd wordt van de woning tot het werk en terug. Zij moeten worden vergoed indien de arbeid in een andere dan de woongemeente van de werknemer plaatsvindt. Daarbij dient de werkgever de bepalingen van lid 2 in dit artikel in acht te nemen.’ In dat tweede lid was bepaald dat de reistijd (‘de duur van de reis’) voor zogenoemde meerijders met uitzondering van de eerste zestig minuten per dag werd vergoed tegen het voor de betreffende werknemer geldende garantieloon. Gezien de tekst van het eerste lid van art. 23 heeft Pro rechtbank Dordrecht destijds onder reisuren verstaan de tijd die het zogenaamde ‘woon-werkverkeer’ in beslag neemt en rees in die procedure geen geschil over de uitleg van het begrip ‘(werk)object’ in relatie tot de term ‘het werk’, zoals in het onderhavige geschil wel het geval is. Nu de bouw-cao in art. 23 de Pro reistijd tussen woning en werk vergoedde (onder aftrek van een uur per dag), betrof de kern van de Dordtse zaak dan ook de vraag op welk moment de werktijd van werknemers van Ballast Nedam begon. De vraag die bij het tweede deel van de hoofdvordering in de onderhavige zaak speelt, is een andere, aldus nog steeds de kantonrechter (rov. 5.4).
2.Bespreking van het cassatieberoep
beideonderdelen van het traject van het huis van de werknemer naar het object (via het bedrijf van de werkgever). Volgens Vebidak is het eerste traject huis-bedrijf en bij terugkeer het laatste traject bedrijf-huis “gewoon” woon-werkverkeer dat bij die berekening
buitenbeschouwing blijft. In die opvatting ziet art. 17 CAO Pro op de heenreis op het tweede deel bedrijf-object en op de terugreis op het voorlaatste traject object-bedrijf. De volgens Vebidak aldus buiten beschouwing blijvende delen van het vervoertraject hoeven de leden van de ploeg dan ook niet in een door de werkgever aan te wijzen voertuig (de bedrijfsbus) te maken.