ECLI:NL:PHR:2013:1981
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onbetrouwbare geuridentificatieproeven bij inbraakzaak
De zaak betreft een herzieningsaanvraag van een verdachte die in 2002 door het Gerechtshof Arnhem is veroordeeld wegens meerdere pogingen tot diefstal en diefstallen met braak en inklimming. De veroordeling steunde onder meer op geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
Uit intern onderzoek van het Arrondissementsparket Zutphen bleek dat in de periode september 1997 tot maart 2006 de geuridentificatieproeven niet altijd volgens protocol zijn uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van de resultaten onvoldoende is. De Hoge Raad stelt dat bij dergelijke onregelmatigheden het resultaat van de geurproef niet als betrouwbaar bewijs kan gelden.
In deze zaak was de betrokkenheid van de verdachte bij drie van de feiten uitsluitend gebaseerd op de geurproeven. Zonder deze resultaten was onvoldoende bewijs om tot een veroordeling te komen. Daarom bestaat een ernstig vermoeden dat de verdachte zonder deze geurproeven vrijgesproken zou zijn.
De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting volgens art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.