ECLI:NL:HR:2008:BG3853
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onregelmatige geuridentificatieproeven bij inbraken in kerken
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem uit 2004, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor meerdere inbraken in kerkgebouwen. De herziening is gebaseerd op de ontdekking dat geuridentificatieproeven, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006, mogelijk onregelmatig en onbetrouwbaar zijn uitgevoerd.
De Hoge Raad oordeelt dat voor het eerste feit de veroordeling ook zonder de geurproef standhoudt, mede door getuigenherkenning. Voor de feiten twee tot en met zes is echter aannemelijk dat het hof in belangrijke mate heeft vertrouwd op de geurproeven, die nu als onregelmatig en onbetrouwbaar worden beschouwd. Hierdoor bestaat een ernstig vermoeden dat het hof zonder deze geurproeven tot vrijspraak zou zijn gekomen.
De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor de feiten twee tot en met zes en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling. De aanvraag wordt voor het eerste feit afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van betrouwbare bewijsmiddelen en de gevolgen van onregelmatigheden in het bewijsproces.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor vijf feiten wegens onbetrouwbare geurproeven en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.