ECLI:NL:PHR:2013:2063
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onbekendheid uitspraakdatum
Betrokkene werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank dat hem verplichtte een bedrag van € 10.575,- aan de Staat te betalen. Het hof baseerde dit op het feit dat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na de uitspraak was ingesteld.
De verdediging voerde aan dat op de terechtzitting van 14 juli 2010, toen het onderzoek werd gesloten, geen mededeling was gedaan over de datum van de uitspraak. Het hof concludeerde echter op basis van aantekeningen op een zittingslijst dat de uitspraakdatum wel was medegedeeld. Er was echter geen proces-verbaal van die terechtzitting opgemaakt, waardoor niet kon worden vastgesteld of de uitspraakdatum daadwerkelijk ter zitting was bekendgemaakt.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een proces-verbaal betekent dat niet kan worden vastgesteld of de uitspraakdatum ter terechtzitting is medegedeeld. De aantekeningen op de zittingslijst kunnen dit niet vervangen. Daarom kan het arrest van het hof niet in stand blijven en wordt het vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn voor de behandeling van de cassatie is overschreden, maar dat dit punt onbesproken kan blijven als het arrest om andere redenen wordt vernietigd.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak, waarbij wordt gewezen op relevante eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen omtrent de bekendmaking van uitspraakdata en termijnen voor hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de bekendmaking van de uitspraakdatum, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.