ECLI:NL:PHR:2013:2303

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2013
Publicatiedatum
30 december 2013
Zaaknummer
11/04663
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onvolledige volmacht vernietigd door Hoge Raad

In deze zaak werd de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat de akte van rechtsmiddel geen specifieke volmacht tot het instellen van hoger beroep bevatte. Namens de verdachte werd door haar advocaat een middel van cassatie ingediend tegen deze beslissing.

De Hoge Raad overwoog dat het hof ten onrechte de niet-ontvankelijkheid had uitgesproken. Dit omdat de akte door de raadsman opgemaakt en ondertekend was bij de griffie, waarbij hij mocht vertrouwen op een standaardakte zonder omissies. Daarnaast was de verdachte samen met haar raadsman ter zitting verschenen en had zij verklaard het hoger beroep te willen instellen.

De Hoge Raad baseerde zich op eerdere rechtspraak waarin soortgelijke kwesties waren behandeld. Op grond hiervan werd het middel gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

Mr Jörg

Nr. 11/04663
Zitting 26 november 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 12 september 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep op de grond dat in de akte rechtsmiddel niet is vermeld dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat de niet-ontvankelijkheid ten onrechte is uitgesproken. Daarvoor worden twee gronden aangevoerd. (i) De akte is ter griffie opgemaakt en aldaar door de raadsman ondertekend; de raadsman mag er dan op vertrouwen dat in een standaardakte geen omissies voorkomen. (ii) De verdachte is (met haar raadsman) ter zitting verschenen en heeft verklaard dat zij hoger beroep wilde instellen.
4. Het middel slaagt op grond van hetgeen in (i) ECLI:NL:HR:2011:BR2337 en (ii) ECLI:NL:HR:2013: BY8357 is overwogen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G