Conclusie
eerste middelklaagt er over dat het Hof na op 9 oktober 2012 het uitgangspunt van minderjarigheid te hebben gekozen de voorlopige hechtenis niet heeft opgeheven terwijl de minderjarige verdachte al twee jaar in voorlopige hechtenis verbleef. Volgens het middel zijn hiermee artikel 67a lid 3 Sv, artikel 5 EVRM Pro en artikel 37 onder Pro b Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) [4] geschonden, omdat de voorlopige hechtenis na 23 november 2012 meer dan twee jaar bedroeg, terwijl een minderjarige (wat verdachte is) maximum twee jaar jeugddetentie opgelegd kan krijgen. Daarnaast zouden de beslissingen van het Hof onvoldoende gemotiveerd zijn, omdat de leeftijd van verdachte niet specifiek werd meegewogen en bij de beslissing van 28 november 2012 niet specifiek werd ingegaan op het door de verdediging gevoerde verweer dat artikel 5 EVRM Pro geschonden was.
14.Het eerste middelkan hoe dan ook geen doel treffen.
tweede middelricht zich tegen het oordeel van het Hof dat de Rechtbank in eerste aanleg bevoegd was kennis te nemen van deze zaak en dat deze niet hoefde te worden teruggewezen naar de Rechtbank. Dit oordeel zou onjuist zijn omdat in eerste aanleg geen kinderrechter aanwezig was, terwijl verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit minderjarig was.
23.Het tweede middelis tevergeefs voorgesteld.
vijfde middelde minderjarigheid een rol speelt, bespreek ik dat nu eerst. Het middel richt zich tegen de beslissing tot toepassing van het meerderjarigenstrafrecht. Het Hof zou een onjuiste maatstaf hebben toegepast en daarnaast zou het oordeel van het Hof onbegrijpelijk zijn, althans onvoldoende gemotiveerd in het licht van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt.
Minderjarige
De leeftijd van de verdachte
30.Het vijfde middelfaalt.
derde middelhoudt in dat het Hof het Openbaar Ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard en daarbij ten onrechte heeft overwogen dat het gelijkheidsbeginsel niet zou zijn geschonden. Hierbij zou het Hof een verkeerde maatstaf hebben gebruikt en zou het oordeel onbegrijpelijk zijn, althans onvoldoende gemotiveerd in het licht van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging.
slechtssprake is bij afwijking van een bestendig patroon van beslissen in een groot aantal vergelijkbare gevallen mist feitelijke grondslag. Voor zover het middel dan nog klaagt (3.2.12 van de schriftuur) over een ontbrekende relatie met de kaping van het zeilschip de Choizil begrijp ik dat in het licht van de bewijsmiddelen 11 en 12 niet.
37.Ook het derde middelis tevergeefs voorgesteld.
vierde middelklaagt dat het Hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat verdachte heeft dienstgenomen en/of dienst gedaan op een vaartuig dat bestemd was en/of gebruikt werd om in open zee daden van geweld te plegen, terwijl uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat het vaartuig bestemd was en/of gebruikt werd voor daden op de open zee, althans dat het Hof op dit onderdeel niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt wat door de verdediging naar voren is gebracht.