Conclusie
“moord”, en 2.
“medeplegen van valsheid in geschrift”, en in de zaak met parketnummer 05-700184-10 ter zake van 1.
“een lijk wegmaken met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhelen” [1] , 2.
“handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III”, 3. en 4.
“diefstal”, 5.
“oplichting, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer, de verbeurdverklaring, en de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden gelast van inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander op de wijze vermeld in het arrest.
eerste middelklaagt over de verwerping door het hof van een verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
5.4 Nieuw onderzoek door justitie in hoger beroep. Heeft cliënt impliciet bekend?
nietheeft gezegd. Sterker nog: [betrokkene 2] zegt expliciet dat hij dit
nietvan [verdachte] heeft gehoord. [betrokkene 2] zegt (onder meer):
"Maarik heb het hem niet uit z'n eigen mond horen zeggen, maar ik heb het wel gehoord, maar van wie?".
"Dat heb ik wel gehoord maar niet van [verdachte]?") toont aan dat de verbalisant zich volledig bewust is geweest van de exacte bewoordingen en betekenis van de verklaring van deze getuige.
Conclusie
“Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
'Bij dat gesprek was niemand anders aanwezig'die gerelateerd hadden moeten worden als:
tweede middelklaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek de verbalisant [verbalisant 1] als getuige te horen.
VOORWAARDELIJK VERZOEK HOREN VERBALISANT [verbalisant 1]
derde,
vierde,
vijfdeen
zesde middelhebben allen betrekking op het in de zaak met parketnummer 05-900502-09 onder 1 bewezenverklaarde feit (moord). Voordat ik deze middelen bespreek, geef ik hier eerst, voor zover van belang, de bewezenverklaring en bewijsvoering weer.
“Overweging met betrekking tot het bewijs
www.diks.nl/kenteken-kwijt-verlorenheeft bekeken;
www.burger.rdw.nl/diensten/VVKheeft bekeken;
www.burger.rdw.nl./nl/voertuigeigenaarheeft bekeken;
www.vermistepersonen.infoeen foto van de vermiste [betrokkene 3] bekeek.
met voorbedachten radehet slachtoffer van het leven heeft beroofd. Vereist daarvoor is dat sprake is geweest van kalm beraad of rustig overleg bij verdachte bij het verrichten van de handelingen die tot de dood van het slachtoffer hebben geleid. Het handelen volgens een tevoren opgezet plan, gericht op de dood van het slachtoffer valt tevens onder het begrip van voorbedachte raad. Voor dat laatste is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewijs aanwezig. Van belang is onder meer dat verdachte tevoren een vuurwapen heeft verkregen en zich kennelijk op de werking daarvan heeft georiënteerd, tevoren heeft gevraagd naar mogelijkheden om een lijk te laten verdwijnen, heeft gezocht op internet naar woorden als 'dood' en 'kogel door het hoofd' en voorts het contact met het slachtoffer - in ieder geval kort voor diens verdwijning - heeft gelegd. Bij de waardering van de evengenoemde feiten speelt tevens een rol dat verdachte zich het bezit van de auto van het slachtoffer heeft verschaft en na diens verdwijning op slinkse wijze heeft getracht een vervangend kentekenbewijs voor deze auto te verkrijgen, waarmee een tevoren bestaand financieel motief voor verdachtes handelen aannemelijk is geworden.
derde middelklaagt dat de bewezenverklaring in de zaak met parketnummer 05-900502-09 onder 1 (moord) onvoldoende met redenen is omkleed, nu het hof ongeloofwaardig geachte verklaringen tot het bewijs heeft gebezigd.
een proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden hoofdagent van politie, gesloten op 26 mei 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (map 2, blz. 341 e.v.):
vierde middelklaagt dat het hof in zijn bewijsoverweging ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-900502-09 onder 1 bewezenverklaarde feit (moord) een beroep doet op een aantal omstandigheden die niet blijken uit de gebezigde bewijsmiddelen en waarvan het hof evenmin met voldoende mate van nauwkeurigheid heeft aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel het die omstandigheden heeft ontleend.
vijfde middelklaagt dat het in de zaak met parketnummer 05-900502-09 onder 1 bewezenverklaarde (moord) niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. In het bijzonder volgt daaruit niet dat de verdachte (a) opzettelijk dodelijk geweld jegens [betrokkene 3] heeft uitgeoefend, en (b) dat de verdachte daarbij met voorbedachten rade zou hebben gehandeld.
zesde middelklaagt dat het hof ten onrechte het gebruik van het zwijgrecht door de verdachte mede redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 05-900502-09 onder 1 tenlastegelegde feit (moord).
zevende middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.