ECLI:NL:PHR:2011:BP0058
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens onjuiste aangifte inkomstenbelasting met bankrekening bij KB Lux
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld door het Hof Arnhem wegens het doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over het jaar 1994. Verdachte werd geïdentificeerd als rekeninghouder van bankrekeningen bij de Kredietbank Luxembourg (KB Lux) op basis van microfiches die via Belgische fiscale autoriteiten aan de Nederlandse belastingdienst waren verstrekt. Ondanks zijn ontkenning en het feit dat hij Duits staatsburger is, oordeelde het hof dat de tenaamstelling op de microfiches betrekking had op verdachte, mede door een uitgebreide matchingprocedure met Nederlandse bevolkings- en belastingbestanden.
De verdediging voerde aan dat de identificatie niet betrouwbaar was, dat de combinatie van namen niet per se een echtpaar hoefde te zijn, en dat verdachte geen rekeninghouder was. Het hof verwierp deze argumenten en stelde dat de kans dat een andere persoon met dezelfde naamcombinatie een rekening hield, zeer klein was. Bovendien was het hof van oordeel dat verdachte de mogelijkheid had om zijn onschuld aan te tonen door persoonlijk naar de bank te gaan, maar dat hij dit niet had gedaan en na confrontatie met het bewijs het zwijgen had opgelegd.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en oordeelde dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs was. Tevens werd overwogen dat het meewegen van het zwijgen van verdachte bij de bewijswaardering toelaatbaar is, mits er een 'formidable case' tegen hem bestaat. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,- subsidiair tachtig dagen hechtenis. De Hoge Raad wees op het belang van een zorgvuldige bewijswaardering en dat de verdachte niet verplicht is tegenbewijs te leveren, maar dat het niet benutten van een voor de hand liggende mogelijkheid tot weerlegging een rol kan spelen in de bewijswaardering.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,- subsidiair tachtig dagen hechtenis wegens het doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 1994.