ECLI:NL:PHR:2013:789
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over arbeidskorting en interne compensatie bij boventalligheid en zoektermijn
Belanghebbende was vanaf 2005 boventallig en hield gedurende de zoektermijn recht op loonbetaling. De dienstbetrekking eindigde op 1 november 2008. In geschil was of belanghebbende in 2006 recht had op arbeidskorting en of de leer van interne compensatie juist was toegepast.
De Rechtbank Leeuwarden oordeelde dat belanghebbende geen recht had op arbeidskorting omdat het loon niet uit tegenwoordige arbeid voortkwam. Het Hof Arnhem bevestigde dat de re-integratieverplichtingen niet als tegenwoordige arbeid konden worden aangemerkt en dat de arbeidskorting ten onrechte was toegepast. De loondoorbetaling vond haar oorzaak in eerder verrichte arbeid.
De Hoge Raad bevestigde dat voor het onderscheid tussen loon uit tegenwoordige en vroegere arbeid bepalend is of het loon ten nauwste verband houdt met verrichte arbeid. De loondoorbetaling tijdens boventalligheid is geen directe tegenprestatie voor arbeid. De wetswijziging van 2013, die loon tijdens tijdelijke inactiviteit gelijkstelt aan loon uit tegenwoordige arbeid, was in 2006 nog niet van kracht. De arbeidskorting in de inkomstenbelasting kan niet worden beperkt door het feit dat deze in de loonbelasting is toegekend indien deze ten onrechte is toegepast. Interne compensatie is toegestaan maar alleen voor het belastingdeel van de arbeidskorting, niet voor het premiedeel.
De conclusie van de advocaat-generaal strekt ertoe het cassatieberoep van belanghebbende gegrond te verklaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en bevestigd dat belanghebbende in 2006 geen recht had op arbeidskorting; interne compensatie is slechts toegestaan voor het belastingdeel.