ECLI:NL:HR:2009:BK3086
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over tariefindeling en overgangstermijn accijns op samengestelde gegiste dranken
De zaak betreft de tariefindeling van gegiste dranken waaraan gedistilleerde alcohol, water, suikersiroop, aroma's, kleur- en smaakstoffen en soms een roombase zijn toegevoegd. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft geoordeeld dat deze dranken niet onder post 2206, maar onder post 2208 van de Gecombineerde Nomenclatuur vallen. De Hoge Raad stelt dat bij de beoordeling van de tariefindeling moet worden uitgegaan van de algemene indelingsregels 2b en 3, waarbij het wezenlijke karakter van de drank bepalend is.
Het Hof Arnhem had een onderscheid gemaakt op basis van het percentage natuurlijke gisting in de alcohol, wat de Hoge Raad niet in strijd acht met het gelijkheidsbeginsel. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte is uitgegaan van 1 januari 2003 als ingangsdatum voor de overgangstermijn en onvoldoende belangenafweging heeft gemaakt over de duur van deze termijn. Het vertrouwensbeginsel vereist dat een belastingplichtige een overgangstermijn krijgt tot het moment waarop de inspecteur zijn standpunt kenbaar maakt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling, met inachtneming van de uitleg van het Hof van Justitie en de juiste toepassing van het vertrouwensbeginsel. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van de griffierechten en de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van tariefindeling en overgangstermijn.