ECLI:NL:PHR:2013:BR0666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitnodiging tot betaling wegens schending verdedigingsbeginsel en tariefindeling tuinpaviljoens
Belanghebbende, een douane-expediteur, kreeg een uitnodiging tot betaling (UTB) voor navordering van douanerechten over tuinpaviljoens die zij namens haar opdrachtgever had ingevoerd. De UTB vermeldde slechts het bedrag en de wettelijke grondslag, maar niet de motivering. Voorafgaand aan de UTB was belanghebbende niet geïnformeerd over het voornemen tot navordering en had zij zich niet kunnen uitlaten.
De Rechtbank en het Hof bevestigden dat de UTB onvoldoende was gemotiveerd en dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van verdediging was geschonden doordat belanghebbende niet vooraf was gehoord. Desondanks oordeelde het Hof dat belanghebbende niet was benadeeld omdat zij haar zienswijze in bezwaar en beroep schriftelijk en mondeling had kunnen toelichten, waardoor de UTB in stand kon blijven.
Daarnaast was in geschil de juiste tariefindeling van de tuinpaviljoens. Het Hof volgde de indelingsverordening van de Europese Commissie en bepaalde dat de paviljoens onder GN-code 6306 99 00 moesten worden ingedeeld, omdat het verhemelte uit polyester bestond en niet uit katoen.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de UTB onvoldoende was gemotiveerd en dat het verdedigingsbeginsel onherroepelijk was geschonden, wat tot vernietiging van de UTB moest leiden. De Hoge Raad bevestigde de toepassing van het Europese verdedigingsbeginsel, maar stelde dat schending daarvan niet zonder meer tot vernietiging leidt indien geen benadeling is vastgesteld. De zaak benadrukt het belang van voorafgaand horen en voldoende motivering bij navorderingen onder het communautaire douanerecht.
Uitkomst: De UTB blijft in stand ondanks schending van het verdedigingsbeginsel omdat geen benadeling is vastgesteld; tariefindeling tuinpaviljoens onder GN-code 6306 99 00 bevestigd.