ECLI:NL:HR:2013:BR0666
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepassing verdedigingsbeginsel bij navordering douanerechten
Belanghebbende, een douane-expediteur, had namens A B.V. tuinpaviljoens aangegeven onder een bepaalde tariefpost, maar de douaneautoriteiten classificeerden deze goederen anders en legden hogere douanerechten op. Na bezwaar en beroep bevestigden de nationale rechterlijke instanties deze aanslagen.
Het Hof oordeelde dat de administratie het verdedigingsbeginsel had geschonden door belanghebbende niet voorafgaand aan de uitnodiging tot betaling te horen, maar dat dit niet automatisch tot vernietiging leidde omdat belanghebbende niet was benadeeld. De Hoge Raad stelt echter vragen over de directe toepasbaarheid van dit beginsel en de gevolgen van schending daarvan.
De Hoge Raad vraagt het Hof van Justitie om uitleg over de reikwijdte van het verdedigingsbeginsel, de verhouding tussen nationale en Europese rechtsregels, en de omstandigheden waaronder een schending van het beginsel rechtsgevolgen heeft. Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de procedure geschorst.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de toepassing en gevolgen van het verdedigingsbeginsel bij navordering van douanerechten.