ECLI:NL:PHR:2013:BY5053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen adoptie mogelijk van meerderjarige ondanks gezinsleven en bijzondere omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot adoptie van een meerderjarige persoon, waarbij de verzoeker een langdurige gezinsrelatie met de te adopteren persoon en diens moeder had. De rechtbank en het hof wezen het verzoek af omdat de minderjarigheidsvoorwaarde van art. 1:228 lid 1 BW Pro niet was vervuld op het moment van indiening van het adoptieverzoek.
De verzoeker stelde dat de weigering een schending van het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM Pro) betekende en dat er sprake was van zeer bijzondere omstandigheden die een terzijdestelling van de minderjarigheidsvoorwaarde rechtvaardigden. Het hof oordeelde dat adoptie van meerderjarigen volgens de wet niet mogelijk is en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om hiervan af te wijken.
In cassatie bevestigde de Hoge Raad de strikte toepassing van de minderjarigheidsvoorwaarde en oordeelde dat art. 8 EVRM Pro geen recht op adoptie garandeert. Ook werd geoordeeld dat het onderscheid op grond van leeftijd gerechtvaardigd is en geen schending van art. 14 EVRM Pro oplevert. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het verbod op adoptie van meerderjarigen gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van adoptie van de meerderjarige blijft in stand.