ECLI:NL:PHR:2013:BY7892
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing Salduz-rechtspraak bij gedetineerde verdachte en bewijsuitsluiting
In deze zaak stond de vraag centraal of de Salduz-rechtspraak, die het recht op advocaatconsultatie voorafgaand aan het eerste politieverhoor beschermt, ook van toepassing is op een verdachte die niet is aangehouden maar uit anderen hoofde van zijn vrijheid is beroofd, namelijk gedetineerd is op grond van eerdere vonnissen.
Het hof had geoordeeld dat de Salduz-regel niet van toepassing was omdat de verdachte niet was aangehouden maar uit anderen hoofde gedetineerd was. De verdediging voerde aan dat dit onjuist was en dat het verweer tot bewijsuitsluiting terecht was. De Hoge Raad herhaalt dat een uit anderen hoofde gedetineerde verdachte die wordt verdacht van een nieuw strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, zich in een met een aanhouding vergelijkbare situatie bevindt en dus recht heeft op advocaatconsultatie voorafgaand aan het verhoor.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de Salduz-regel niet van toepassing was en dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de naleving van dit recht. Daarom is het arrest vernietigd en is de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Tevens is overwogen dat de bewijswaardering van het hof, ook zonder de verdachteverklaring, mogelijk nog voldoende bewijs bevat.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de Salduz-regel en benadrukt het belang van het recht op raadpleging van een advocaat voor gedetineerde verdachten bij verdenking van nieuwe feiten, met als gevolg dat bewijs dat is verkregen zonder naleving van dit recht in beginsel moet worden uitgesloten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling vanwege onjuiste toepassing van de Salduz-regel.