ECLI:NL:HR:2013:BY7892
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing Salduz-regel bij voorlopige hechtenis buiten aanhouding
De zaak betreft een verdachte die op 13 november 2008 een ruit vernielde. Tijdens het opsporingsonderzoek werd hij verhoord terwijl hij niet was aangehouden, maar zijn vrijheid was ontnomen in het kader van eerdere vonnissen. Het hof oordeelde dat de Salduz-regel, die vereist dat een verdachte voorafgaand aan het verhoor door de politie de mogelijkheid krijgt een advocaat te raadplegen, niet van toepassing was omdat de verdachte niet was aangehouden.
De Hoge Raad stelt dat een verdachte die uit anderen hoofde gedetineerd is en voor een nieuw strafbaar feit wordt verhoord, zich in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met aanhouding. Daarom geldt de Salduz-regel ook in deze situatie. Het hof had moeten onderzoeken of de verdachte was gewezen op zijn recht op advocaat en of hij daarvan gebruik kon maken of ondubbelzinnig afstand had gedaan.
Omdat het hof dit onderzoek niet heeft verricht, is de motivering van de verwerping van het Salduz-verweer ontoereikend. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.