ECLI:NL:PHR:2013:BY8329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafvermindering ondanks ernstig vormverzuim bij geheimhoudergesprekken
In deze zaak gaat het om het niet onverwijld vernietigen van geheimhoudergesprekken tussen verdachte en verschoningsgerechtigden, waaronder advocaten, in het kader van het strafonderzoek Hyacint. Het hof oordeelde dat sprake was van een zeer ernstig vormverzuim, aangezien deze gesprekken langer dan toegestaan in het dossier aanwezig waren en niet tijdig werden vernietigd zoals voorgeschreven in art. 126aa Sv.
De verdediging stelde dat dit verzuim het recht op een eerlijke procesvoering van verdachte had geschaad en dat het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het hof verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk was dat het verzuim doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte was gepleegd, en er geen aanwijzingen waren dat de informatie uit deze gesprekken in het opsporingsonderzoek was gebruikt.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het vormverzuim weliswaar ernstig is, maar dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen passend is. Het hof heeft terecht gekozen voor strafvermindering als compensatie voor het verzuim. Ook het verzoek van de verdediging om het horen van de officier van justitie en de teamleider van het onderzoek werd afgewezen omdat het hof voldoende informatie uit de reeds beschikbare processen-verbaal had.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de juiste maatstaven heeft toegepast en dat het beroep van verdachte moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft terecht het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaard en het vormverzuim gecompenseerd met strafvermindering.