ECLI:NL:PHR:2013:BZ5351
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering onteigende grond en schadeloosstelling bij onteigening in stadsvernieuwingsproject Amersfoort
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de schadeloosstelling bij onteigening van een perceelsgedeelte te Amersfoort in het kader van een stadsvernieuwingsproject. De rechtbank had de waarde van het onteigende vastgesteld met de residuele grondwaardemethode, afwijkend van het deskundigenadvies dat uitging van een intuïtieve methode. De gemeente stelde cassatie in tegen deze waardering, die aanzienlijk hoger uitviel dan het deskundigenadvies.
De Hoge Raad benadrukt dat de onteigeningsrechter zelfstandig onderzoek moet doen en niet gebonden is aan het deskundigenadvies. De rechter mag de waarderingsmethode kiezen die het meest geschikt is voor het geval, waarbij motivering van afwijkingen van deskundigen noodzakelijk is. De rechtbank heeft de intuïtieve methode verworpen vanwege onvoldoende houvast en de bijzondere aard van het binnenstedelijke project met wisselende marges.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de keuze voor de residuele methode begrijpelijk heeft gemotiveerd, ook al waren niet alle gegevens volledig beschikbaar. De gemeente had onvoldoende inhoudelijk gereageerd op het partijdeskundigenrapport dat de residuele methode toepaste. Wel is geoordeeld dat de rechtbank onterecht de waardevermindering van het overblijvende perceel niet heeft aangepast aan de hogere waarde van het onteigende, hetgeen tot cassatie leidt.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot vernietiging van het vonnis en verwijzing voor hernieuwde beoordeling, met name over de waardevermindering van het overblijvende perceel, waarbij de hogere waarde van het onteigende in aanmerking moet worden genomen.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling van de waardevermindering van het overblijvende perceel.